|
|

Shabbat tijden
"Santo Servicio" het Koor van de Portugeese Israelietische Gemeente |

|
| |
 |
|
| |
 |
Zomerconcerten!
|
 |
|
| |
|
|
| |
n 1492 werden de joden gedwongen Spanje te verlaten; velen van hen vluchtten naar Portugal maar werden daar vanaf 1496 gedwongen zich te laten dopen. Ruim 100 jaar later kwamen nakomelingen van de slachtoffers van de inquisitie die weer als joden wilden leven naar Amsterdam. De Nederlanden voerden toen een vrijheidsoorlog tegen Spanje; de benaming "Portugese Israëlieten" is waarschijnlijk ontstaan om iedere vereenzelviging met de Spaanse vijand te voorkomen.
n de 17e eeuw komen zo veel Asjkenazische joden uit Midden- en Oost-Europa naar Nederland, dat zij de grootste joodse groepering in Amsterdam en Nederland werden.
r werden drie sefardische gemeenten opgericht: de eerste, Bet Jacob, vóór 1610, wellicht al rond 1602; Neve Sjalom, werd door joden van Spaanse origine gesticht tussen 1608 en 1612. In 1618 werd de derde gemeente opgericht: Bet Israël. Vanaf 1622 werkten de besturen van de drie gemeenten samen op velerlei gebied; op 3 april 1639 werden de drie gemeenten samengevoegd tot de gemeente Talmud Tora.
|
|
| |
 |
|
| |
e Portugese joden hadden grote betekenis voor de culturele en economische ontwikkeling van Nederland en namen ook in de joodse geschiedenis een belangrijke plaats in. Uit de gemeente kwamen rabbijnen, geleerden, denkers, kunstenaars, bankiers, stichters en beheerders van belangrijke internationale handelshuizen. |
|
| |
 |
|
| |
an het begin van de bezetting en de vervolging door nazi-Duitsland in 1940 woonden in Nederland ca. 140.000 joden, waarvan ca. 120.000 in Amsterdam; ca. 4300 van hen waren Sefaradim. De synagoge bleef ongeschonden, waarom is niet met zekerheid bekend. Na de oorlog waren er ca. 20.000 joden in Nederland over, waarvan ca. 800 Sefaradim; momenteel wonen in Nederland 20-25.000 joden, waarvan ca. 15-20.000 in Amsterdam. De Portugees-Israëlietische Gemeente telt nu ca. 600 leden die merendeels buiten het centrum van de stad wonen, evenals de meeste asjkenazische joden.
p 12 december 1670 werd het bouwterrein voor de huidige synagoge (Esnoga of Snoge genoemd) gekocht; het gebouw werd ontworpen door Elias Bouman en onder zijn leiding werd begonnen op 6 Ijar 5431 (17 april 1671). De bouw werd in het begin van 'het rampjaar' 1672 onderbroken tot 27 mei 1674. Op 10 Menachem 5435 (2 augustus 1675) werd de Esnoga feestelijk ingewijd. Boven de hoofdingang staat in vergulde hebreeuwse letters het jaartal 1672, het jaar waarin het complex klaar had moeten zijn: het is een deel van Psalm 5, vers 8: Door Uw grote liefde mag ik Uw Huis binnengaan (Bisjenat va'ani berob chasdecha abo beetécha lif"k). Volgens de joodse traditie is een aantal letters gemarkeerd tot een zgn. perat katan, een jaartal. Bovendien vormen de letters van beide voorlaatste woorden de naam van de initiatiefnemer, Chacham Aboab.
e synagoge is gebouwd op houten palen die in het water staan; met een bootje kan men de gewelven inspecteren. Rondom de synagoge ligt een aantal lage gebouwen waarin de wintersynagoge, het secretariaat, archief, dienstwoningen voor diverse functionarissen, het rabbinaat, een rouwcentrum en de ruimte voor de wereldberoemde bibliotheek
'Ets Haim' zijn gevestigd . De tussenliggende ruimte is bedoeld als een geschikte wandelruimte voor de volwassenen en een veilige speelplaats voor de kinderen.
|
|
| |
 |
|
| |
nkele verbouwingen en restauraties hebben in de loop der eeuwen het karakter van het gebouw niet aangetast. In 1773/74 werd de achterzijde met de toegang tot beide vrouwengalerijen en een overloop ingrijpend verbouwd, tussen 1852 en 1854 werden de kleine glas in lood ruitjes vervangen door gietijzeren ramen; bij de ingang werd een tochtportaal toegevoegd. Tijdens een grote restauratie in de periode 1955-1959 werd de voormalige zaal van het Seminarium Ets Haim ingericht als wintersynagoge, met verwarming en electrische verlichting; de banken hier komen uit de synagoge van 1639; de hechal is van 1744. Hier worden de diensten gehouden van Sjabbat Beresjiet tot Sjabbat ha-Gadol.
|
|
| |
 |
|
| |
olgens de Sjoelchan Aroech (Jore De'a, 286; 3) behoeft een synagoge waarin geen woning is geen mezoeza; de Snoge heeft dan ook nooit een mezoeza gehad. De inrichting volgt het iberisch-sefardisch patroon: met de banken in de lengterichting geplaatst, De grenenhouten vloer wordt nog steeds zoals vroeger in Nederland op houten vloeren gebruikelijk was bestrooid met fijn zand om stof, vocht en vuil van het schoeisel op te nemen en loopgeluiden te dempen.
|
|
| |
 |
|